Stel: je hebt thuis zorg nodig, maar je partner woont gewoon gezellig bij je.
▶Inhoudsopgave
Geen verhuizing naar een instelling, maar zorg aan huis. Toch heeft dat flinke invloed op je portemonnee. Want wat nu met die eigen bijdrage? Denk je dat je partner niets hoeft bij te dragen? Think again.
De overheid kijkt namelijk naar het hele huishouden. In dit artikel leggen we – zonder ingewikkelde bureaucratie – uit wat er financieel gebeurt als je partner thuis blijft wonen terwijl jij zorg krijgt via de Wet langdurige zorg (Wlz).
De basis: wat is die eigen bijdrage eigenlijk?
De eigen bijdrage is een bedrag dat je maandelijks betaalt voor de zorg die je krijgt via de Wlz. Dit is niet alleen voor zorg in een verpleeghuis; het geldt ook voor zorg aan huis. Het idee is simpel: iedereen die zorg krijgt, draagt zelf een beetje bij.
Hoe hoog die bijdrage is, hangt af van je inkomen en vermogen.
En ja, ook dat van je partner. In 2024 is er een vast minimumbedrag.
De eigen bijdrage begint bij 13,5% van het netto minimumloon. Omdat het netto minimumloon in 2024 ongeveer € 1.288 bedraagt, begint de eigen bijdrage standaard bij ongeveer € 170,52 per maand. Dit is het absolute minimum.
Heb je meer inkomen of vermogen? Dan betaal je meer.
En als je partner inkomen heeft, telt dat dus ook mee.
Waarom je partner een rol speelt
Veel mensen denken: “Ik heb zorg nodig, dus ik betaal de eigen bijdrage.
Mijn partner doet niet mee.” Helaas werkt het niet zo. De Wlz kijkt naar het totale huishouden. Of je partner nu mantelzorger is of gewoon fulltime werkt, het inkomen en vermogen van je partner worden meegerekend in de berekening.
Dit betekent dat de eigen bijdrage niet alleen over jou gaat, maar over jullie samen. De Belastingdienst en het CAK (Centraal Administratiekantoor) gebruiken deze gegevens om te bepalen wat je moet betalen.
Het inkomen van je partner telt mee
Je partner is dus medeverantwoordelijk voor de kosten, ook als diegene geen zorg nodig heeft.
Wat telt er allemaal mee? Eigenlijk alles wat geld oplevert. We hebben het over: Is er een vrijstelling? Jazeker. De overheid begrijpt dat je ook gewoon boodschappen moet doen.
- Salaris: inkomen uit werk.
- Pensioen: AOW en eventuele aanvullende pensioenen.
- Overige inkomsten: denk aan huurinkomsten, alimentatie of inkomsten uit een eigen bedrijf.
Daarom is er een vrijstelling voor inkomen. In 2024 is deze vrijstelling gelijk aan het netto minimumloon: € 1.288 per maand.
Als je partner minder dan dit bedrag verdient, telt dit inkomen niet mee voor de berekening. Verdient je partner meer? Dan telt het bedrag boven deze € 1.288 wel mee.
Vermogen: spaarrekening en huis
Dit heet het “beschikbare inkomen”. Naast inkomen kijkt de Wlz ook naar vermogen.
Dit gaat verder dan alleen je spaarrekening. Het omvat: Ook hier is een vrijstelling. In 2024 is de vermogensvrijstelling € 28.000 voor het huishouden.
- Geld op betaal- en spaarrekeningen.
- Beleggingen (aandelen, obligaties).
- Onroerend goed (bijvoorbeeld een tweede huis of grond), maar let op: de eigen woning (waar je zelf woont) telt vaak niet mee als hoofdverblijf, maar het is complex. Voor de berekening van de Wlz-bijdrage gaat het vooral om liquide middelen en overig vermogen.
Dit bedrag is dus voor jullie samen. Heb je samen meer vermogen dan dit bedrag?
Dan betaal je over het meerdere een percentage. In 2024 is dat 1,5% van het vermogen boven de € 28.000. Dit bedrag wordt jaarlijks toegevoegd aan je eigen bijdrage (en vervolgens gedeeld door 12 voor de maandelijkse betaling).
Een rekenvoorbeeld: hoeveel betaal je samen?
Laten we het concreet maken. Stel je voor: Hoe wordt de eigen bijdrage berekend?
- Jij hebt een Wlz-indicatie en een inkomen van € 1.500 per maand.
- Je partner heeft een inkomen van € 2.000 per maand.
- Jullie hebben samen een vermogen van € 40.000 op de bank.
Eerst kijken we naar het totale huishoudinkomen: € 1.500 (jij) + € 2.000 (partner) = € 3.500 per maand.
Stap 1: inkomen berekenen
De vrijstelling voor inkomen is € 1.288 per persoon? Nee, let op: de vrijstelling geldt voor het huishouden, maar de berekening gebeurt vaak op basis van het inkomen van de verzekerde (jij) en de partner. Echter, de belangrijkste regel is: het beschikbare inkomen wordt berekend na aftrek van de vrijstelling.
In de praktijk wordt het totale inkomen van het huishouden vergeleken met de norm (het minimumloon). Voor dit voorbeeld gaan we uit van de gangbare berekening: het totale inkomen boven de vrijstelling telt mee.
Omdat de vrijstelling € 1.288 is (voor het hoofdinkomen of als basis), en we uitgaan van een gezamenlijke vrijstelling in de praktijk (hoewel technisch complex), laten we een vereenvoudigde versie zien: Stel: het beschikbare inkomen wordt berekend op basis van het inkomen van de verzekerde (jij) minus de vrijstelling. Maar omdat je partner meedoet, wordt vaak het totaal inkomen gedeeld door twee of meegerekend. Om het simpel te houden: in de Wlz-bijdrage wordt gekeken naar het inkomen van de verzekerde én de partner. De vrijstelling geldt voor het inkomen van de verzekerde, maar het partnerinkomen telt volledig mee boven de nihil-grens (de grens waarop inkomen gaat meetellen).
Laten we een correcte, vereenvoudigde berekening maken voor het voorbeeld: Samen vermogen: € 40.000. Vrijstelling: € 28.000.
Meer vermogen: € 40.000 - € 28.000 = € 12.000. Bijdrage vermogen: € 12.000 x 1,5% = € 180 per jaar. Benieuwd of uw eigen bijdrage lager uitvalt bij minder vermogen?
- Partnerinkomen: € 2.000. Dit telt volledig mee omdat het boven de nihil-grens (vaak € 0 of minimumloon) valt. Echter, er is een specifieke regel: voor de Wlz-bijdrage wordt het inkomen van de partner meegenomen, maar er is geen aparte vrijstelling voor de partner zoals bij de verzekerde. De vrijstelling van € 1.288 geldt voor het inkomen van de verzekerde (jij).
- Jouw inkomen: € 1.500. Na aftrek van de vrijstelling van € 1.288 blijft er € 212 over.
- Partnerinkomen: € 2.000 wordt volledig meegerekend (geen aparte vrijstelling voor partner in deze berekening).
- Totaal beschikbaar inkomen: € 212 (jij) + € 2.000 (partner) = € 2.212 per maand.
Stap 2: vermogen berekenen
Gedeeld door 12 maanden = € 15 per maand. Inkomen: € 2.212 per maand (deze wordt verder verrekend volgens de Wlz-tarieven, maar voor de eenvoud gaan we uit van een percentage van het minimumloon plus het meerdere).
In de praktijk berekent het CAK dit exact, maar laten we uitgaan van een indicatieve berekening: De eigen bijdrage is een percentage van het minimumloon plus een percentage van het meerdere inkomen. Echter, om het niet te ingewikkeld te maken: de totale eigen bijdrage wordt vastgesteld op basis van de formule van het CAK.
Voor dit voorbeeld: stel de basisbijdrage is € 170,52 (13,5% minimumloon). Het extra inkomen (boven de norm) verhoogt de bijdrage.
Laten we zeggen dat de bijdrage stijgt met ongeveer 10% van het extra inkomen (dit is een grove schatting voor de illustratie).
Stap 3: totale eigen bijdrage
Extra inkomen: € 2.212 (maar de norm is ongeveer € 1.288, dus extra is € 924). 10% van € 924 is € 92,40. Totaal: € 170,52 (basis) + € 92,40 (extra inkomen) + € 15 (vermogen) = € 277,92 per maand. Let op: dit is een vereenvoudigde weergave. Het CAK berekent de exacte bijdrage op basis van je aangifte.
Speciale situaties en uitzonderingen
Niet elke situatie is hetzelfde. Er zijn een paar gevallen waarin de berekening anders kan zijn.
Partner met AOW
Heeft je partner AOW? De AOW-uitkering telt mee als inkomen.
Geen inkomen of lage inkomens
Maar er is een verschil: de AOW is vaak lager dan het minimumloon. Als de AOW lager is dan € 1.288, telt deze niet mee voor de berekening van de eigen bijdrage (mits dit de enige inkomsten zijn). Is de AOW hoger, dan telt het meerdere wel mee. Als je partner geen inkomen heeft of heel laag inkomen (onder de € 1.288), dan heeft dit een gunstig effect.
De eigen bijdrage blijft dan dichter bij het minimumbedrag van € 170,52.
Partner werkt niet vanwege mantelzorg
Dit is een groot voordeel voor paren met weinig financiële middelen. Soms stopt een partner met werken om voor de ander te zorgen. Dit betekent dat het inkomen daalt.
Dit kan leiden tot een lagere eigen bijdrage. Het is belangrijk om deze wijziging tijdig door te geven aan het CAK.
Wat als je partner elders woont?
Deze vraag is relevant voor de vergelijking. Als je partner niet thuis woont (bijvoorbeeld in een verpleeghuis of apart), wordt de berekening anders.
Dan kijkt de Wlz alleen naar jouw inkomen en vermogen. De partner telt dan niet mee. Dit kan leiden tot een lagere eigen bijdrage, maar het hangt af van de reden van het apart wonen (bijvoorbeeld medische noodzaak). Lees ook hoe vermogen en eigen huis meewegen bij de kosten van kleinschalig wonen.
Hoe vraag je een indicatie aan?
De eigen bijdrage wordt pas berekend als je een Wlz-indicatie hebt. Deze indicatie vraag je aan bij je gemeente.
De gemeente beoordeelt of je recht hebt op Wlz-zorg. Tijdens dit proces geef je ook je financiële situatie door (via een aparte check door het CAK). Het is slim om dit samen te doen met je partner, zodat je weet wat je kunt verwachten.
Conclusie: samen financieel voorbereid
Als je partner thuis blijft wonen, heeft dit een directe impact op je eigen bijdrage voor de Wlz. Het inkomen en vermogen van je partner worden meegerekend, wat de bijdrage kan verhogen – tenzij je inkomen laag is.
Wil je weten wat de gevolgen voor de eigen bijdrage zijn in deze situatie? Door de vrijstellingen en drempels (€ 1.288 inkomen, € 28.000 vermogen) is er wel wat ruimte. Het beste advies? Vraag op tijd een indicatie aan, geef financiële wijzigingen door en check bij het CAK wat je precies moet betalen. Zo voorkom je verrassingen en hou je zicht op je budget.
Veelgestelde vragen
Wat gebeurt er met de eigen bijdrage als mijn partner thuis blijft wonen?
De eigen bijdrage wordt niet alleen berekend op basis van jouw inkomen. De Wet langdurige zorg (Wlz) kijkt naar het totale inkomen en vermogen van het huishouden, dus ook dat van je partner. Dit betekent dat je partner een rol speelt bij het betalen van de eigen bijdrage, ongeacht of die zelf zorg nodig heeft.
Hoe wordt de eigen bijdrage berekend, en wat telt mee?
De eigen bijdrage begint in 2024 met 13,5% van het netto minimumloon, dat € 1.288 bedraagt.
Is mijn partner verplicht om bij te dragen aan de eigen bijdrage?
Dit komt neer op ongeveer € 170,52 per maand. Naast je eigen inkomen, worden ook de inkomsten van je partner meegenomen, zoals salaris, pensioen en andere inkomsten, mits boven de vrijstelling van € 1.288 per maand.
Wat is de vrijstelling voor inkomen en hoe werkt die?
Ja, in de meeste gevallen is je partner verplicht om mee te betalen aan de eigen bijdrage. De Wlz kijkt naar het totale inkomen en vermogen van het huishouden, dus ook dat van je partner. Zelfs als je partner geen zorg nodig heeft, worden de inkomsten meegenomen in de berekening.
Wat gebeurt er met mijn AOW als mijn partner in een zorginstelling gaat?
Er is een vrijstelling voor inkomen, gelijk aan het netto minimumloon van € 1.288 per maand.
Als het inkomen van je partner lager is dan dit bedrag, wordt dat inkomen niet meegenomen in de berekening van de eigen bijdrage. Dit is een belangrijk aspect van de Wlz. Je AOW blijft in principe gewoon doorlopen, ook als je partner naar een zorginstelling gaat. Je kunt ervoor kiezen om je AOW te laten omzetten naar een alleenstaanden AOW, maar dit is niet verplicht. Het is belangrijk om dit goed te overwegen in overleg met de Belastingdienst.